Hoog die Knödels!

AbrikozenknödelsNederlanders gaan de laatste jaren graag naar Tsjechië. Zij vinden het er prachtig, het landschap, de steden en de dorpen. Maar als het over het eten gaat hoor je hen soms kreunen. De schnitzels zijn erg lekker, het bier en de worst. En sommige stoofgerechten. Daarover kreunen zij ook niet. Maar de plakken brooddeeg op het bord in de restaurants die bij het gestoofd of gebraden vlees liggen, kunnen hen niet behagen. Dus kiezen zij voor friet of gebakken aardappelen als bijgerecht. Volgens mij is dat een verkeerde keuze. Want sinds ik Marcela Kosnarova ken, weet ik van de troost van knödel eten. Nu ben ik er zelfs aan verslaafd. Want niets neemt lekkerder een saus op of is beter om de braadjus mee van het bord te vegen dan met een goede luchtige knödel. Thuis gemaakt van bloem en brood of met griesmeel. Of van alledrie. Met rundvlees erbij of varkensgebraad. Of de volgende dag voor de lunch. Opgebakken met eieren, lente-uitjes en zwarte peper. En abrikozenknödels met gebakken paneermeel, dat is pas echt het summum voor knödeljunkies zoals ik.

Begin jaren tachtig was ik al aan het experimenteren met knödels maken. Maar hoe ik ook roerde en kneedde in de kommen, de juiste textuur en smaak wist ik niet te bereiken. Ondanks een stevig Duits kookboek op het aanrecht ging er toch van alles mis. Heb ik wel de juiste bloem, is het brood wel oud genoeg? Zou ik ze langer of juist korter moeten koken? Maar Marcela gaf mij les in de verschillende bloemsoorten. En zij vertelde over de soorten knödels. Met allen een eigen smaak en structuur is de ene knödel voor een bepaald gerecht geschikter dan de andere.

SpekknödelsOp een groot feest thuis bij Marcela, met Joegoslavische, Hongaarse, Slowaakse en Tsjechische gasten zaten er ook Nederlanders aan tafel. Met een Midden-Europees menu - bouillon vooraf, dan een paddestoelensalade, Szegediner goulash als hoofdgerecht en voor het dessert een keuze uit Rigó Jancsi, Linzertorte en walnotentaart – had Marcela fijne Praagse knödels voor bij de goulash in gedachten. Het deeg van griesmeel, stukjes brood, melk en eieren moest daarvoor in servetten gerold en gekookt om daarna in vingerdikke plakken gesneden te worden. Ook kookte zij een schaal vol aardappelen, omdat zij niet wist of de Nederlanders wel haar knödels zouden eten.

En zoals het op een feestje gaat, de gastvrouw splitste zich onvrijwillig op tussen de keuken en de gasten. De pannen borrelden er intussen lustig op los. Terwijl cadeautjes werden uitgepakt en de jassen werden aangenomen, ging er ongezien van alles zijn eigen gang daar in de dampende keuken. Ineens schreeuwde Marcela, rennend door de lange gang, met de stukken cadeaupapier nog over de schouder:
“Hoog die Knödels! Redt ze, redt ze. Anders gaat dat allemaal fout!” Net op tijd konden twee paar handen het rekje van de brede vispan waarop de knödelrollen lagen – een eerder ontdekte truc om de natte hete rollen goed te kunnen liften - de kokende pan uit trekken. Het had weinig gescheeld of ze hadden een paar minuten te lang gekookt. Ze hadden dan klef en sompig naast de goulash moeten liggen. De eer van de kokkin was danig in het geding. Maar de knödels waren gered en alles ging schoon op die avond. De borden werden nog eens afgelikt en de flessen wodka en slivovice leegden zich als vanzelf. Alleen de schaal met aardappelen bleef vol. Want de Nederlandse gasten hadden alleen maar knödels gegeten. Als tevreden kinderen bij moeder aan tafel zag je ze genieten. Zij hadden nu goed begrepen waarvoor die knödels dienen. Marcela's missie was geslaagd.

In de afgelopen zestien jaar hebben Marcela en ik zowel in Nederland als in Tsjechië vele pannen gevuld en vele gasten laten eten. Tijdens al dit koken heeft zij natuurlijk niet alleen de kennis van knödels op mij over weten te dragen, want haar liefde voor de hele Tsjechische keuken is mij nu bekend. Prachtige verhalen en gesprekken kwamen er uit de pannen en ter tafel. Volgens haar zijn Nederlanders trouwens verschrikkelijke krentenbijters en knijpen zij daarbij ook nog eens de reet dicht. Maar het gaat er juist om, dat je van een scheet iets lekkers weet te maken. En dat kan zij als de beste. Ook van een paar oude broodjes. Dat bewijzen haar fijne Praagse knödels. Dus hoog met die knödels, zet ze elke week op het menu! Want dat is rijkdom, dat is luxe!

Creative Commons Licentie
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing