IFE Hungary, einde of juist het begin?

“We hebben mooie krenten uit de pap weten te vissen”, aldus Cees 'Kees aus Holland' en z'n collega Peter van de visleverancier uit Urk. Dat was geen makkelijke opgave op de IFE Hungary 2006 in februari. Des te meer reden om op de laatste beursdag bij het Nederlandse paviljoen, eens lekker aan het bier te gaan.

IFEBaarssentom.jpg
De pap was namelijk niet zo rijk gevuld tijdens deze beurs voor Horeca en de levensmiddelenbranche. Het bezoekersaantal viel tegen en in de Sport Arena van Boedapest was slechts tweederde van de vloer gevuld met stands uit verschillende Europese landen. Een van de grootste deelnemers, Duitsland, had het laten afweten. Dat bood Nederlandse bedrijven weer perspectief. Want juist in deze relatieve rust viel er goed te handelen. Niet alleen met Hongaarse partijen, ook met bijvoorbeeld de Spanjaarden die zelf met een grote, vanuit de Spaanse regering gesubsidieerde, afvaardiging aanwezig waren.


De door de Engelse beursorganisatie Montgomery International Ltd. opgezette beurs werd voor de tweede keer in Hongarije gehouden. Volgens standhouders is sinds vorig jaar weinig nieuws onder de zon. Toch waren er ook positieve geluiden, vooral van gespecialiseerde bedrijven. Om echt nieuwe contacten op te bouwen in Midden-Europa moet je er als eerste bij zijn. Dat vraagt om doorbijten en uithoudingsvermogen. Omdat maar weinig op hapjes beluste consumenten langs de stands liepen, was er in ieder geval ruimte en rust voor vakmensen om met elkaar in gesprek te gaan. Hongaren, niet de snelste jongens als het om handel gaat, konden zo op een wat minder actiegerichte wijze aan contacten en informatie komen. Tegelijk wisten sommige standhouders al contracten binnen te halen.

Joan Polderman, van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering, die de leiding had over het Nederlandse paviljoen, wil wel even aanzien voordat er beslist wordt of volgend jaar weer een afvaardiging komt. De vraag is namelijk of Nederland wil investeren in een moeizaam benaderbare Midden-Europese markt om andere landbouwlanden voor te blijven of dat het ministerie van LVN het geld in andere projecten zal steken. Joan begrijpt dat er niet meteen grote resultaten te halen zijn. Daarom moeten afwegingen worden gemaakt en onderzocht worden hoe de Nederlandse vinger diep in deze, relatief dunne, pap te houden valt.

IFEfoodfromHollandtom.jpg

Hongaren staan behalve voor Hollandse kaas niet te springen voor Nederlandse landbouwproducten. Zij hebben zelf genoeg kwaliteit in huis. Maar voor betere logistieke organisatie van landbouw en de producten zou Nederland veel kunnen betekenen. Dan komen de Hongaarse kwaliteitsproducten misschien ook naar Nederland. Om de Hollandse pot mee op smaak te brengen. Terwijl de grootste Hongaarse levensmiddelenbeurs Foodapest volgens velen op een huishoudbeurs gaat lijken met te veel graaiend volk, zou deze kleine beurs uit kunnen groeien tot een gerichte vakbeurs. Het is een kwestie van een lange adem. Maar om met de mannen van Urk te spreken, 'wie een spiering uitgooit, kan een kabeljauw vangen'. Laat de visstand van spiering nu net toevallig weer groeien. Gooi de hengel dus maar uit!

Meer informatie kunt u vinden op:

www.ifehungary.com
www.handelsbevordering.nl

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Hongarije in Zaken, maart 2006

Creative Commons Licentie
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing