De Lehel Csarnok

Als je als toerist met de metro richting het West-station toevallig een halte te laat uitstapt, sta je raar te kijken. Want op straatniveau gekomen zie je een groot en felgekleurd gebouw. En dat lijkt in de verste verte niet op het negentiende-eeuwse treinstation dat je daar dacht aan te treffen.

Achter de veelkleurige gevelwand met de hangende tuinen vermoed je een tropisch zwembad of een gigantisch sportpaleis. Maar als je goed kijkt en je neus gebruikt, dan weet je wat zich hierbinnen afspeelt. En als je van lekker eten houdt en geen trein behoeft te halen, moet je zeker hier naar binnen. Want binnen in dit gebouw begint het kleurenspektakel pas echt. In de Lehel Csarnok (Lehel Hal) bevindt zich de grootste nieuwe markthal van Boedapest. Er is hier zoveel lekkers te koop dat het je gewoon gaat duizelen. Ook de treinreiziger die verder trekt, moet hier echt wat kopen. Al is het maar voor onderweg. Want met een paar stuks kolbász, knapperig zure uien en een gerookt hammetje in de tas wordt de reis toch zo veel aangenamer.

Knooppunt
Het onstaan van de markt aan het Lehel tér (Lehelplein) voert terug tot ongeveer 1840. Iets dichter naar het huidige West-station toe was er toen al een open dagmarkt te vinden. Boeren kwamen van overal om hier hun groente, fruit en zuivel te verkopen en hun vee te verhandelen. Na de bouw van het eerste West-station, rond 1850, werd de markt snel groter. Via het spoor werd het mogelijk om alles wat maar verhandeld kon worden te transporteren van en naar alle delen van de dubbelmonarchie. De wijken Újlipótváros, tussen Donau en de Váci út, en Terézváros, achter het station, breidden zich daarna gestaag uit. Staalfabrieken en toeleveringsbedrijven vestigden zich hier en ook zouden kanalen zijn aangelegd om vrachtboten vanaf de Donau tot diep in de wijk naar het spoor te kunnen laten varen. Overal verschenen woonkazernes voor de fabrieksarbeiders en het grote huidige West-station werd gebouwd. De markt werd hiermee een van de belangrijkste handelsknooppunten in de stad en dat is het nu nog steeds.

Hernieuwde glorie

TafelkramenLehel.jpg
De oude detailhandel op de markt werd vanaf de jaren vijftig door de staat vakkundig de nek omgedraaid. Tot midden jaren tachtig bepaalde de staat hoe en wat er verkocht mocht worden. Sommige particulieren en kleine keuterboertjes werden nog wel gedoogd. Zij mochten hier hun waren uit eigen tuin verkopen. Maar de kramen en winkels vervielen aan de staat. De grote aanvoer van voedingswaren kwam van coöperaties uit heel Hongarije. Soms was het aanbod zo groot en zo goedkoop dat mensen uit alle wijken naar deze markt kwamen. Kenden de andere markten ook een groot aanbod, de Lehel gold als allergoedkoopste. Zelfs in de jaren tachtig en negentig toen zelfstandige ondernemers weer terug kwamen op de markt, zag je hier nog grote bergen groente en fruit liggen. Zoiets is in Nederland onvoorstelbaar. Mensen liepen af en aan met karren, tassen en emmers om geurige frambozen, aardbeien en kersen te verwerken tot jam. Dieprode tomaten werden samen met paprika's tot lecso gekookt en geweckt in potten voor de winter.
In 1999 werd besloten om de verouderde dagmarkt met haar vervallen kramen en gebouwen te slopen en een nieuwe grote overdekte markthal te bouwen. Op 8 februari 2002 werd dit gebouw geopend. De architecten hadden opdracht gekregen een zo vrolijk mogelijk gebouw te ontwerpen waar mensen van heinde en verre naartoe gelokt konden worden. De binnenhal moest zo worden ingericht dat vooral de etenswaren zo goed mogelijk uit zouden komen. Want mooie producten behoeven weinig schmuck. Dus al zijn de bankjes groen, de trappen rood, het hekwerk geel, de wanden wit en de grote staalconstructies blauw geschilderd, door juiste dosering van de kleuren met hier en daar een krullende knipoog naar het fin-de-sičcle, ligt in de hele hal de nadruk op de aangeboden waren.

Eerbetoon

GroentekraamEmmavaIl.jpg
In de hal is een prachtig aanbod aan eten en drinken. Er zijn slagerijen, groentezaken, poeliers, notenkramen, stands met zuurwaren, brood en banket, kruideniers, zuivelwinkels en een paar viszaken. Op de eerste verdieping bevinden zich vooral non-foodzaken met keukenspullen, kleding en schoenen. Maar de meest eervolle plaats in de hal is bestemd voor de kleine boeren en particulieren. Zij staan in het midden van de hal achter de tafels met verse groente, fruit, noten en zuivel. Daaromheen liggen de straten met winkeltjes en kramen. De wereld van kant-en-klaarmaaltijden lijkt hier heel ver weg. Uit respect voor lekker en gezond eten staat hier de kleine boer centraal. Tegen alle verdrukking in, eerst van de staat en nu van de voedingsindustrie, biedt de Lehel Csarnok zo een uniek tegenwicht aan smaakvervlakking en prefab-food. Want ondanks de enorme schaal van deze grote markthal draait het hier altijd om eerlijke producten. Een mooiere hulde aan dat wat hier ruim honderdzestig jaar geleden begon is er niet te brengen.

Lehel Csarnok
1134 Budapest, Váci út 9-15
Openingstijden:
Ma t/m vr 06.00-18.00, Za 06.00-14.00, Zo 06.00-13.00

Met dank aan Dr.Vörös Peter en de vrouwen van de Dienst Markttoezicht.

Creative Commons Licentie
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing