
"Het is thans wellicht geen overdrijving meer om te zeggen, dat de Hongaarsche keuken over de heele wereld een goeden naam heeft. De buitenlander, die eenigen tijd in Hongarije heeft doorgebracht, erkent de voortreffelijkheid van de Hongaarsche tafel; aan den anderen kant vinden veel Hongaarsche gerechten ook in het buitenland ingang".
Dit bovenstaande te beweren anno 2008 zou buiten de waarheid zijn. Het citaat stamt dan ook uit 1931, uit het voorwoord van het kookboek Hongaarsche schotels, voor de Nederlandsche keuken bruikbaar gemaakt door Mw. E. Gyáros-Török. Deze Hongaarse vrouw woonde in Nederland en wilde Nederlanders, die toen contact hadden met Hongaren - onder meer door de vele Hongaarse kinderen die na de Eerste Wereldoorlog tot de jaren dertig met 'kindertreinen' naar Nederland kwamen - laten zien hoe ze lekker Hongaars konden koken.
Haar woorden waren toen zeker niet misplaatst. Naast de Franse en Italiaanse gold de Hongaarse keuken (lees Habsburgs-Weense-Groot Hongaarse keuken) als een van de beste keukens van Europa. Op de menukaarten van Nederlandse restaurants in de jaren twintig en dertig kwam je regelmatig Hongaarse gerechten tegen. De Hongaarse keuken is eigenlijk de benaming voor een eetcultuur die op een veel groter grondgebied van toepassing is. In de loop van de geschiedenis van Midden-Europa lijken veel gerechten en dranken misschien wel typisch Hongaars te zijn geworden, meestal zijn ze toch door vermenging van etnische groepen in dat gebied ontstaan. En als ze niet door anderen als Hongaars bestempeld werden dan deden de Hongaren dat zelf wel. Fransen zijn vanzelfsprekend trots op hun eetcultuur. Maar Hongaren zijn, hoewel terecht trots, ook vaak ongegrond nationalistisch als het om eten en drinken gaat.
Smaken komen samen in Karpatenbekken

Dat Hongaren een gerecht van gestoofd rundvlees met romige groentesaus en knödels vandaag nog steeds als typisch Noord-Hongaars beschouwen, terwijl hetzelfde gerecht in Bohemen - toch een flink stuk richting Duitse grens - juist als Tsjechisch wordt gezien, geeft aan dat Hongaren nog steeds in het verleden leven. Veel Tsjechen en Slowaken vinden ook vanuit hun ervaringen in de Donaumonarchie - waarin de Hongaren vanaf midden negentiende eeuw wél, de Tsjechen echter geen macht mochten delen met de Oostenrijkers - dat Hongaren té macho en té nationalistisch zijn. Een begrijpelijke mening als die ‘Poesta-Boys’ jouw Boheemse gerecht ook nog eens als Hongaars gaan beschouwen. En de gepaneerde schnitzel? De Tsjechen vinden het Tsjechisch, de Hongaren Hongaars en de Oostenrijkers Oostenrijks. Laat dat gerecht nou net uit Italië komen, en via Wenen in aangepaste en verfijnde vorm, zich door het hele Centraal-Europese gebied hebben verspreid. De beroemde Hongaarse salami, uit de zuidelijke regio's van Hongarije, is midden negentiende eeuw overgenomen uit Noord-Italië. Pas aan het eind van de negentiende eeuw is uit die Hongaarse salami ook de overal bekende paprika-variant ontstaan. Het stelen van elkaars gerechten was geen enkel land vreemd. Hongaren gruwelen er nog van als ze in Tsjechië 'echte' Tsjechische goulash eten. Of in Oostenrijk en Duitsland, met voor hun smaak te veel kummel. Ook een binnenlandse smaken-strijd vindt nog steeds plaats. In Békéscsaba en Gyula, twee steden vlak naast elkaar in het zuidoosten van Hongarije tegen de Roemeense grens, denkt men de beste en dus meest Hongaarse worst te maken. Dat in Békescsaba deze worst een Slowaakse achtergrond heeft en in Gyula juist een Swabische (etnisch-Duitse), doet voor een Hongaar niet ter zake. Op Hongaars grondgebied zijn beide worsten Hongaars.
Duitse wortels in de pan

Na de bloei dooft het vuur
Een andere belangrijke aanzet tot vermenging van verschillende keukens in de Donaumonarchie kwam met het Weense congres in 1815. Tijdens dit congres, dat maanden duurde, namen de afgevaardigden van Europese landen hun beste koks mee. Tijdens de onderhandelingen over de toekomst van Europa zorgden zij ervoor dat de bijeenkomsten met eten en drinken smakelijk en sappig verliepen en dat diplomaten elkaar met hun beste gerechten konden paaien of juist de loef af steken. De koks werkten er ook samen en wisselden zo gerechten en keukentechnieken uit. Tot ver in de twintigste eeuw zou de hier ontstane 'Weense School' richting geven aan de keuken van het Midden-Europese gebied. Na 1848-49, toen de Hongaren zich vergeefs vrij hadden proberen te maken van Oostenrijk, ontstond er net als bij de andere onder Oostenrijk zuchtende volken, onder de Hongaarse elite een sterke beweging de eigen nationale identiteit te hervinden in literatuur, poëzie, schilderkunst en muziek. Ook in de eetcultuur werd gezocht naar het eigen Hongaarse element. De Hongaarse adel en stadse intellectuelen gingen terug naar de 'charme' van het boerenland en zo kwamen boerse gerechten in de mode. Gedroogde en gemalen paprika, voorheen de peper van de armen en door de adel vers als groente of slechts als sierplant gebruikt, vond toen pas ingang in de keukens van de rijken. Dat die gerechten van het platteland niet altijd even Hongaars waren, maar juist door vermenging van eetculturen waren ontstaan, deed voor hen niet af aan de zogenaamd 'echte' Hongaarse wortels.

Tegelijk met dit etnisch navelstaren kwam juist een grote uitwisseling van vaklui tussen de Europese landen op gang. Hoewel de 'Weense School' de burgerlijke keuken thuis en in de restaurants bleef bepalen, drongen ook steeds meer Franse en Italiaanse invloeden door in de Hongaarse gastronomie. In de banketbakkerijen kwamen Hongaarse, Franse, Zwitserse, Italiaanse, Duitse, joodse en Turkse smaken elkaar broederlijk tegen in de taartvitrines. De culinaire 'melting pot' bloeide tot in de Eerste Wereldoorlog. Daarna is het verdrag van Trianon in 1920, waarbij Hongarije tweederde van zijn grondgebied af moest staan, de Hongaarse keuken niet ten goede gekomen. Alle daarvoor in het Karpatenbekken - als een grote pan omringd door heuvels en bergen - nog als eigen 'etnisch' pruttelende ingrediënten herkenbaar, zijn daarna ingedikt tot een meer eenvormige stoofpot met de deksel op de pan. Na de Tweede Wereldoorlog werd zelfs veertig jaar lang bijna letterlijk het vuur uitgedraaid. Grote regionale verschillen zoals die in de Franse en Italiaanse keukens nog goed te proeven zijn, zijn in de Hongaarse keuken daarom minder goed terug te vinden.
Soberheid of rijkdom?
In Nederland beschouwen wij de keuken van achter het voormalige IJzeren Gordijn vaak als één grote grijze vette pot. Veertig jaar communisme hebben die eetculturen inderdaad flink uitgebeend. Toch bleef de roem van de Hongaarse keuken en de goede landbouwproducten die er vandaan kwamen, redelijk overeind. Gingen Nederlanders in de jaren zeventig en tachtig naar Frankrijk om leuk buiten de deur te eten, Tsjechen en Oost-Duitsers gingen graag naar Hongarije. Dat land bleef, hoewel in sobere vorm, dé delicatessenwinkel van het voormalig Oostblok. Als er belangrijke staatscongressen waren in Oost-Duitsland, draaide de Hongaarse levensmiddelenindustrie, en vooral de worstenfabrieken overuren. Het Oost-Duitse volk werd dan getrakteerd op volle schappen in de winkels en een goed stuk Hongaarse worst als symbool van rijkdom.
Tekst & foto's: © Tom de Smet
Dit artikel is eerder gepubliceerd in het tijdschrift Donau, april 2008 onder de titel: "De Hongaarse keuken, een pan vol smaken uit het verleden"
Wie mee wil publiceren in Donau en op Stampot Europa, over de eetculturen, wijnbouw, landbouw en hedendaagse gastronomie in Midden-Europa en op de Balkan, wordt van harte uitgenodigd contact op te nemen met de redactie van het tijdschrift via: mail@donaustroom.eu
of via: info@stampoteuropa.nl
Kijk voor meer informatie over Donau op de site: Donaustroom