
Als een vlindertje met broze vleugels fladdert Mária Törley door haar jugendstilvilla in Mátyásföld, een lommerrijke wijk aan de rand van Boedapest. Snel pratend, met twintig woorden per zin waar een ander er drie zou gebruiken, toont ze haar atelier, de tuin met beelden en de kamers vol kunst en antiek. De tintelende geest van haar overgrootvader József Törley bruist in Mária voort.
Bruisend centrum
Als een van de laatst levende telgen, nu beroemd beeldhouwster, is ze met kunst opgegroeid. Eind negentiende, begin twintigste eeuw verzamelde József Törley al kunstenaars om zich heen om zijn firma en product, Hongaarse champagne - hierna te noemen: pezsgő, van het Hongaarse werkwoord 'pezsegni' of 'pezsdülni' (bruisen, sprankelen) - te promoten.
Na zijn dood, tot aan de Tweede Wereldoorlog, zette het familiebedrijf deze traditie voort. Al krijgen Angelsaksische begrippen zoals 'marketing' in het huidige Hongarije nu een te grote status toebedeeld, Hongaren wisten vroeger best hoe ze hun producten aan de man moesten brengen. De tot 1940 sterke natie, met grote bedrijven en een bloeiende land- en wijnbouw, nam binnen Europa een belangrijke positie in. Ook daar zaten rijke textiel- en staalbaronnen in hun grote nieuwe villa's lijnen uit te zetten om de omzet te vergroten. Sommige van deze 'baronnen' werden ook echt in de adelstand verheven, want tijdens de Habsburgse dubbelmonarchie strooide Keizer Frans Jozef lustig met adellijke titels om zijn aanhang te paaien. Met de zo verkregen extra naamsbekendheid sponnen de industriëlen geen slecht garen. De tot de verbeelding sprekende 'bubbelbaron' József Törley werd ook in de adelstand verheven. Als een bevlogen onderkoning stuwde hij het kleine stadje Budafok, nu onderdeel van de gemeente Boedapest, op in de vaart der volkeren. Door de productie van pezsgő en de zich daar vestigende wijnhandelaren en aanverwante bedrijven, groeide Budafok samen met Boedapest uit tot de belangrijkste schakel in de Hongaarse wijnhandel. Budafok was al eerder in de geschiedenis centrum voor wijn. De ligging tegen een lange steile kalkstenen rotswand was voor de Romeinen en later voor Duitse immigranten die in de achttiende eeuw massaal naar Hongarije kwamen, aanleiding daar wijn te produceren. Bovenop de rotswand lagen zonnige wijngaarden en in de rotswanden werden kelders en opslagplaatsen uitgehouwen.
Deze kelders waren reden voor József Törley om daar pezsgő te gaan maken. Als handelscorrespondent was hij in de jaren zeventig van de negentiende eeuw in Frankrijk terecht gekomen. Hij werkte een aantal jaren bij de champagnehuizen Delbeck en Roederer in het Franse Reims. In Budafok bleken er soortgelijke condities voorhanden als in Frankrijk. De diepe kelders in de kalkstenen rotsen waren ideaal voor opslag en rijping en uit de streek Etyek, iets ten westen van Boedapest, kwam goede basiswijn. Zijn collega en vriend, de Fransman Louis François, kwam mee om het productieproces te leiden en in 1882 brachten zij de eerste flessen pezsgő op de markt. Vanaf dat moment ging het snel, zo snel dat er na de Eerste Wereldoorlog al achttien pezsgő-producenten in Budafok waren. De firma Törley werd marktleider en Louis François, samen met zijn broer César, die na een conflict met József in 1886 hun eigen kelders pal naast de firma van József stichtten, volgden op de voet. Omdat de streek Etyek niet aan de vraag kon voldoen, werden wagonladingen vol druiven en basiswijn uit Erdély (Transylvanië, nu Roemenië) naar Budafok gehaald.
Van status naar staatsbedrijf

De geest weer in de fles
In het staatsbedrijf 'Hungarovin' speelde de merknaam Törley geen rol van betekenis. Onder de heroďsche naam 'Hungaria' werden nieuwe soorten pezsgő op de markt gebracht. De familie verspreidde zich na de verbanning over de wereld. Na 1989 kreeg ze een deel van de bezittingen terug, het kasteel en het bedrijf echter niet. De Duitse firma Henkel kocht het bedrijf en de merknamen Hungaria, François, Törley en Hungarovin werden zo onderdeel van Henkel. In 2005 is die constructie omgegooid en worden nu alle merken, ook die van het voormalige staatsbedrijf Hungarovin, onder de naam Törley Kft. gevoerd. Zelfs de kelders van François zijn verbonden met die van Törley. De kip zit weer om het ei, de geest is terug in de fles. Törley timmert flink aan de weg om een deel van de buitenlandse markt maar ook de binnenlandse markt terug te veroveren. Want nog steeds kiezen Hongaren, waaronder opvallend veel jongeren, voor Hungaria. Naast socialistische nostalgie speelt status daarin een rol, men groeide op met het idee dat Hungaria het beste was. Over de huidige financiële constructie tussen familie en bedrijf wordt in het openbaar niet gesproken. 'We helpen elkaar waar nodig", zeggen Maria en de ook aanwezige exportmanager Ilona Kallay. "Op tentoonstellingen van Mária wordt Törley geschonken en de firma sponsort tentoonstellingen, meer willen we er niet over kwijt". Stilletjes glimlachend roeren ze in hun kleine kopjes koffie. Overgrootvader József slaat hen van overal gade, in brons, van steen, op schilderijen en tekeningen. Dat weten ze. Nog steeds heeft hij de touwtjes in handen.
Bronnen:
Museum voor Handel & Gastvrijheid, Boedapest (MKVM Budapest)
Csoma Zsigmond, Landbouwmuseum Boedapest
Met dank aan:
Mária Törley
Ilona Kállay
Foto's:
Mária Törley
Notitieblokjes voor horeca rond 1900 (archief MKVM Budapest)
Tegeltableau voor 25 jarig jubileum in de Zsolnay zaal
Buste van József Törley
©TdS2007
Meer over Hongaarse pezsgő in:
Bruisend Hongarije uit de fles.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het maartnummer 2007 van
BOUILLON!